Wijnbouw is rond 4000 jaar voor Christus begonnen in de Kaukasus. Een gebergte in wat nu noord Turkije is. Hier zijn de eerste wijnstokken gevonden. Het duurde een lange tijd voordat er wijn van werd gemaakt. Hierin waren de Grieken pioniers.

 

De wijnstok is via Egypte in Griekenland terechtgekomen. De Veniciers waren ook een zeevarend volk die de wijnstok hebben verspreid, alleen waren zij een stuk minder invloedrijk dan de Grieken. Daarom zijn de gebieden die de Grieken hebben aangedaan nog steeds erg belangrijk voor onze hedendaagse wijnbouw. De Grieken waren erg goed in het wijn maken en hielden zelfs nog lang stand in de Romeinse tijd.

 

De Romeinen veroverden uiteindelijk de Grieken en hebben de verspreiding van de wijnstok verder voortgezet. Hierdoor zijn de eerste gebieden die we kennen Languedoc, Rousillon, Catalunya en Zuid italie. Languedoc was voor de Romeinen een westers gebied. Hier komt ook de naam vandaan La Langue Occidentale. De taal van het westen.

 

Ook in Noord Afrika was wijnbouw erg belangrijk. Door grote rivieren voor transport en warme zomers en niet te koude winters heeft de wijn zich hier goed kunnen ontwikkelen. De Romeinen hebben de Allobrogen als slaven gebruikt om ervoor te zorgen dat de wijnbouw ook in het noorden plaatsvond. De Allobrogen waren bewoners van Gallie wat door de Romeinen werd veroverd. Wat ook meewerkte aan de verspreiding van de wijnstok was het feit dat de Romeinen hun soldaten na dertig jaar diensttijd een stuk land gaf in een van de veroverde provincies.

Rond 470 werd de wijn belangrijk voor de christelijke kerk. Dit betekende dat veel monniken en kerken ook wijn gingen verbouwen. De komst van Karel de Grote was een positieve ommezwaai voor Frankrijk en Duitsland. In Italie kwam de rust pas terug toen het weer een Koningshuis had. Dit is ook de reden dat in Italie dingen een beetje achter lopen.

In de 19de eeuw ontdekte Louis Pasteur de alcoholische fermentatie en pasteurisatie. Dit was ook erg belangrijk voor de wijnbouw in die tijd. Inmiddels zijn er enorm veel wijngebieden en ook verschillende druivenrassen. Niet elk druivenras gedeid goed op elke bodem. Hier heeft Pierre Huglin een berekening op toegepast.

 

Wijbouw gebieden

Door het aantal gradendagen te berekenen die hoger zijn dan tien graden (dit is de begintemperatuur voor de groei van de wijnstok) en deze te compenseren met de breedtegraad kan hij uitrekenen welk druivenras kan rijpen in welk gebied. Daardoor weten we dat de pinot druiven het best goed doen in noordelijk gelegen gebieden. Zeker in Nederland waar we niet veel zon hebben en wel veel regen is het belangrijk goed te weten welke druivenrassen je kunt aanplanten. In de toekomst ziet het er naar uit dat de wijnbouw steeds verder opschuift naar het noorden. Dit komt door het broeikaseffect. Dat betekent ook dat de temperatuur hoger is, de fotosynthese hoger wordt en dus meer suiker en alcohol. In de zuidelijk gelegen gebieden houden ze hier nu al rekening met de aanplant van nieuwe druivenrassen. In sommige plekken kan het zo warm zijn dat de druiven gewoon aan de stok verbranden.